De rijdende auto
In deze les staat de didactiek van onderzoekend leren en ontwerpend leren centraal. Bij het onderzoekend leren gaat het om door proefondervindelijk leren kennis te vergroten. Bij het ontwerpend leren staat het bedenken en daadwerkelijk maken van een product centraal. De kinderen zijn dus actief aan het leren, zowel als onderzoeker als ontwerper. Door deze manier van leren vanuit nieuwsgierigheid en verwondering worden het waarnemen, nadenken, handelen en reflecteren bij de kinderen gestimuleerd. Hopelijk moedigt het kinderen aan, om de wereld nieuwsgierig en onderzoekend tegemoet te treden en antwoorden en oplossingen te vinden voor vragen en problemen,kortom het ontwikkelen van een wetenschappelijke houding. Het stimuleert kinderen in het ontwikkelen van hun “21st century skills,” zoals samenwerken, communiceren en kritisch, creatief en innovatief denken.
In deze les worden creatieve vaardigheden in het maken van een auto van kosteloos materiaal en het creatief denken over het laten bewegen van de auto gecombineerd. De bevindingen worden vastgelegd in een verslag.
De rijdende auto
deze lesbrief heeft (nog) geen leerdoelen
groep 6 groep 7 groep 8
De lesbrief is geschikt voor 30 leerlingen
beroepen bouwen en construeren onderzoeken en ontwerpen techniek techniekbreed transport en voertuigen
activiteit en project materiaal
De lesduur van deze lesbrief is 90 minuten
De kosten voor de uitvoer van deze lesbrief bedragen ongeveereen onbekend bedrag
Geen kostenspecificatie voor materialen bekend
Geen overige kostenspecificatie bekend
instructievormen, samenwerkingsvormen, interactievormen, opdrachtvormen
De voorbereidingstijd bedraagt ongeveer: 10 minuten

+ Vaak kunnen voorwerpen bewegen. In z’n geheel, maar soms kunnen ook in één voorwerp onderdelen ten opzichte van elkaar bewegen. Denk aan een fiets die in z’n geheel vooruit gaat door de wielen, maar het stuur van de fiets moet ook kunnen bewegen ten opzichte van het frame. Er zijn veel verschillende manieren om deze beweging voor elkaar te krijgen, denk aan een as met een wiel, tandwielen, een stang die beweegt in een buis, een scharnier of door de delen te verbinden door een buigzaam, flexibel materiaal. De auto die gemaakt wordt, moet in elk geval kunnen rijden. Eventueel kan als uitdaging een extra beweging binnen de auto worden gemaakt.
+ Doornemen van deze lesbeschrijving en lesbrief
+ De tafels staan in groepjes.
+ De benodigde materialen (zie hieronder) staan klaar.
+ Zoveel mogelijk verschillende kosteloze materialen.
+ Misschien hebben de kinderen zelf ook nog wel specifieke wensen t.a.v. materialen.
+ Alle groepjes hebben voldoende scharen, lijm, plakband e.d.

Er zijn heel veel verschillende soorten werk wat mensen kunnen doen. Alle beroepen die er zijn kun je indelen in drie beroepsgroepen: Groep 1 haalt de producten uit de natuur (fruitteler, varkenshouder, visser), groep 2 verwerkt de producten die worden aangeleverd door groep 1 (industrie) en de 3e groep is de groep van de diensten. Voor deze groep gelden de drie V’s: verkopen, voor iemand iets doen en … vervoer! Een ander woord voor vervoer is: transport. Transport is niet meer weg te denken uit het leven van alledag. Producten die in fabrieken worden gemaakt, moeten worden vervoerd naar opslagplaatsen of winkels, mensen reizen naar hun werk, in hun vrije tijd rijden mensen naar plaatsen om plezier te maken enz. Met het openbaar vervoer, fietsen, auto’s of vrachtwagens worden zowel mensen als producten vervoerd.

Hoewel al deze transportmiddelen van elkaar verschillen hebben ze ook overeenkomsten. Er moet ruimte zijn om mensen of producten te vervoeren en … ze rijden! Behalve schepen en en vliegtuigen natuurlijk (alhoewel een vliegtuig ook kan rijden). We staan hier zelden bij stil, maar eigenlijk is het heel bijzonder dat voertuigen kunnen bewegen. Daar is veel techniek voor nodig. Onder de motorkap van auto’s, bussen, treinen e.d. zit een ingewikkeld systeem wat we ‘de motor’ noemen. In de motor gebeurt er van alles om er uiteindelijk voor te zorgen dat het voertuig kan bewegen. Alle voertuigen rollen, op wielen!

Een trein, tram of metro op rails, fietsen en auto’s op de weg. Om de voertuigen te laten rollen/rijden moeten de wielen kunnen draaien. Wielen draaien om een as. Deze as zit stevig vast aan de auto, de wielen draaien er omheen. En om ervoor te zorgen dat er ook mensen of producten vervoerd kunnen worden, moet de constructie ook nog eens sterk zijn. Om dát voor elkaar te krijgen is een hele uitdaging!
1. Denken
Je gaat bedenken hoe je van kosteloos materiaal een auto kunt maken die voldoet aan de volgende voorwaarden:
- De auto moet kunnen rollen/rijden.
- De auto moet een lading van de ene plaats naar de andere kunnen vervoeren, bijvoorbeeld door
hem van een schuine helling af te laten rollen.


2. Bouwen
Nadat je een plan bedacht hebt, ga je je auto maken. Als uitdaging kan je een extra beweging
‘binnen’ de auto maken.


3. Testen
We gaan testen of je auto voldoet aan de voorwaarden.


4. Verslag
Je maakt een verslag van wat je hebt ontdekt, de problemen die je tegen bent gekomen, hoe je deze hebt opgelost, wat je hebt geprobeerd/gedaan om de auto te verbeteren (zodat hij beter rolde of meer lading kon dragen) én wat er uit de test gekomen is.


geen evaluatie aanwezig

(Klik op een afbeelding voor een vergroting)
geen lesbrieven als inspiratie genoemd
geen literatuur gebruikt
geen websites gebruikt

+ Kerndoel 2: De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
+ Kerndoel 8: De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel en eventueel beeldende elementen en kleur.
+ Kerndoel 32: De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen oplossen.
+ Kerndoel 42: De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.
+ Kerndoel 44: De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.
+ Kerndoel 45: De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.
+ Kerndoel 55: De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
geen opmerkingen toegevoegd
Geplaatst door: Enrico
Werkzaam bij cbs Johan Friso
Techniek cursus
Bekijk profiel van Enrico

Geef een review